Transitievergoeding Stap 2/5

Met de onderstaande vragen kunt u bepalen of er recht bestaat op een transitievergoeding.

1. Is het ontslag het gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer?
2. Is de werkgever failliet of is aan hem surseance van betaling verleend of de regeling schuldsanering natuurlijke personen van toepassing?
3. Is de werknemer bij ontslag jonger dan 18 jaar en heeft hij gemiddeld maximaal 12 uren per week gewerkt?
4. Wordt de werknemer ontslagen wegens of na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd?
5. Is de werknemer ontslagen wegens bedrijfseconomische omstandigheden van de onderneming waarbij een cao geldt waarin is opgenomen dat de transitievergoeding niet van toepassing is? De cao moet dan wel een voorziening bevatten die bijdraagt aan het beperken van de duur van werkloosheid of een redelijke financiële vergoeding, of een combinatie van beide.
6. Wordt het tijdelijke contract niet verlengd, maar gaan werknemer en werkgever nog voor het einde van dit contract een nieuw contract aan dat binnen zes maanden ingaat? En bevat dit nieuwe contract de mogelijkheid om dit tussentijds op te zeggen?

De transitievergoeding is in sommige gevallen niet verschuldigd als de beëindiging plaatsvindt vanwege bedrijfseconomische redenen. Dit is het geval als dit in de cao is afgesproken. Dit kan alleen als in de cao andere afspraken over een voorziening bij ontslag zijn opgenomen, die ervoor zorgt dat de duur van de werkloosheid wordt verkort of als in de cao een andere redelijke financiële vergoeding is opgenomen, of een combinatie van een voorziening en een vergoeding

123
Meer informatie over de transitievergoeding en de voorwaarden die gelden om recht te hebben op de vergoeding vindt u hier. Hier staat ook informatie over uitzonderingen bij bestaande cao’s of sociale plannen, andere collectieve of individuele afspraken, de berekening van de transitievergoeding, de mogelijkheid om kosten voor bijvoorbeeld outplacement en scholing te verrekenen met de transitievergoeding.